Artikelen
/
PTSS en DSM-classificaties

PTSS en DSM-classificaties

Claire Tilbury
·
05/2026
·
Medische expertise

Inleiding

Posttraumatische stressstoornis, meestal afgekort als PTSS, komt binnen letselschadezaken regelmatig aan de orde. Dat is begrijpelijk. Een verkeersongeval, bedrijfsongeval, geweldsincident of medische calamiteit kan niet alleen lichamelijk letsel veroorzaken, maar ook psychisch letsel.

Toch blijft PTSS in letselschadedossiers een lastig onderwerp. De klachten zijn niet zichtbaar op een röntgenfoto of MRI. Er bestaat geen bloedtest waarmee de diagnose kan worden bevestigd. En in medische stukken worden termen als „traumaklachten“, „vermoeden van PTSS“, „posttraumatische stressklachten“ en „PTSS“ soms door elkaar gebruikt.

Voor letselschadejuristen is juist dat onderscheid belangrijk. Een vermoeden van PTSS is niet hetzelfde als een formele DSM-classificatie. En het volgen van EMDR-behandeling betekent niet automatisch dat de diagnose PTSS ook daadwerkelijk is gesteld.

Wat is PTSS?

PTSS is een psychiatrische aandoening die kan ontstaan na blootstelling aan een schokkende of zeer ingrijpende gebeurtenis. De Nederlandse zorgstandaard beschrijft psychotrauma- en stressorgerelateerde stoornissen als psychische klachten en aandoeningen die kunnen ontstaan na een dergelijke gebeurtenis. De richtlijn PTSS richt zich specifiek op klachten die vallen onder de DSM-5-noemer posttraumatische stressstoornis.

Bij PTSS blijft het stresssysteem als het ware te lang in de alarmstand staan. Tijdens het trauma is dat logisch. Het lichaam moet reageren op gevaar. Na afloop hoort die alarmstand geleidelijk af te nemen. Bij PTSS gebeurt dat onvoldoende. Daardoor blijft iemand reageren alsof het gevaar nog steeds dichtbij is.

Dat uit zich niet alleen in angst. PTSS kan leiden tot herbelevingen, nachtmerries, vermijding, prikkelbaarheid, slaapproblemen, concentratieproblemen en een voortdurend gevoel van spanning of onveiligheid. De zorgstandaard benoemt dat PTSS-klachten een grote weerslag kunnen hebben op iemands functioneren en ook belastend kunnen zijn voor de directe omgeving.

Hoe ziet PTSS eruit in het dagelijks leven?

In de praktijk ziet PTSS er vaak minder spectaculair uit dan mensen verwachten. Het gaat niet alleen om flashbacks of paniekaanvallen. Vaak gaat het om een voortdurend verhoogde spanning die het dagelijks functioneren aantast.

Na een verkeersongeval kan iemand bijvoorbeeld autorijden vermijden. Niet uit gemakzucht, maar omdat verkeersdrukte, remgeluiden of onverwachte bewegingen het lichaam opnieuw in alarm brengen. Iemand kan slecht slapen, snel schrikken, sneller geïrriteerd raken of drukke ruimtes niet meer verdragen. Ook concentratieverlies en mentale vermoeidheid komen vaak voor.

Daarmee raakt PTSS direct aan functioneren. Werk vraagt aandacht, planning, contact met anderen, flexibiliteit en stressbestendigheid. Juist die functies kunnen bij PTSS verminderd zijn. Voor de buitenwereld is dat niet altijd zichtbaar. Iemand kan er verzorgd uitzien en toch na enkele uren volledig uitgeput zijn.

Dat maakt PTSS binnen letselschadezaken kwetsbaar voor onderschatting.

Waarom deze beperkingen reëel zijn

Een terugkerend misverstand is dat psychisch letsel minder objectief of minder ernstig zou zijn dan lichamelijk letsel. Dat is medisch niet juist.

PTSS is een erkende psychiatrische aandoening. De diagnose wordt gesteld aan de hand van vaste criteria. Het ontbreken van een scan of bloedtest betekent niet dat de klachten niet bestaan. Veel aandoeningen in de geneeskunde worden vastgesteld op basis van klachtenpatroon, beloop, onderzoek en uitsluiting van andere oorzaken.

Bij PTSS is vooral belangrijk dat de klachten passen bij het trauma, consistent terugkomen in het dossier en leiden tot beperkingen in functioneren. Het gaat dus niet alleen om wat iemand ervaart, maar ook om wat iemand daardoor niet meer of minder goed kan.

Wat is een DSM-classificatie?

De DSM-5 is het internationale classificatiesysteem dat in de psychiatrie wordt gebruikt. In Nederland is de DSM-5 ook bepalend voor de toegang tot verzekerde geneeskundige GGZ. Het Zorginstituut beschrijft dat de verzekerde aanspraken in de geneeskundige GGZ op basis van DSM-5 worden geduid.

Een DSM-classificatie is geen losse indruk. Bij PTSS moet sprake zijn van een passend trauma, herbelevingen, vermijding, negatieve veranderingen in stemming of denken, verhoogde spanning en beperkingen in functioneren. Ook moeten de klachten langer dan één maand bestaan.

Dat betekent dat normale stressreacties kort na een ongeval niet automatisch PTSS zijn. Slecht slapen, spanning en schrikreacties kunnen in de eerste periode na een ongeval passen bij normale verwerking. Pas wanneer klachten aanhouden, voldoende ernstig zijn en het functioneren verstoren, komt PTSS als diagnose in beeld.

Wie kan de diagnose stellen?

Veel zorgverleners kunnen traumaklachten herkennen. Een huisarts kan signaleren dat iemand slecht slaapt, herbelevingen heeft of autorijden vermijdt. Een POH-GGZ kan traumagerelateerde klachten in kaart brengen. Een fysiotherapeut kan merken dat spanning en angst herstel belemmeren.

Maar signaleren is niet hetzelfde als formeel diagnosticeren.

Een formele DSM-classificatie PTSS wordt in de praktijk gesteld binnen de reguliere GGZ, meestal door of onder verantwoordelijkheid van een daartoe bevoegde regiebehandelaar, zoals een psychiater, klinisch psycholoog, GZ-psycholoog of psychotherapeut. De huisarts speelt vooral een belangrijke rol in herkenning, eerste begeleiding en verwijzing.

Voor letselschadezaken is dit onderscheid van groot belang. Een notitie „mogelijk PTSS“ in het huisartsjournaal heeft een andere bewijskracht dan een uitgewerkte DSM-classificatie door een gespecialiseerde GGZ-behandelaar.

EMDR-behandeling is geen bewijs van diagnose

EMDR is een bewezen effectieve behandeling bij PTSS, maar het volgen van EMDR bewijst op zichzelf niet dat de diagnose PTSS formeel is gesteld. EMDR wordt tegenwoordig breed toegepast, ook bij angstklachten, belastende herinneringen of andere stressgerelateerde klachten zonder formele PTSS-classificatie.

Daarom is in letselschadedossiers belangrijk om niet alleen te noteren dát EMDR is gevolgd, maar ook waarom. Is er een DSM-classificatie gesteld? Wie heeft die gesteld? Welke klachten werden behandeld? Daarmee wordt het verschil zichtbaar tussen een serieus onderbouwd traumatraject en een meer globale behandeling van spanningsklachten.

Het chronische karakter van PTSS en de realiteit van wachttijden

In letselschadedossiers wordt PTSS door medisch adviseurs van wederpartij regelmatig afgedaan als een tijdelijke aandoening die met een gerichte behandeling kan worden verholpen. Die redenering onderschat zowel het beloop van de aandoening als de praktische toegankelijkheid van de zorg.

Het beloop. PTSS kent onbehandeld een chronisch beloop. Longitudinaal onderzoek laat zien dat een aanzienlijk deel van de mensen met PTSS, bij sommige studies bijna de helft, ook op de langere termijn niet spontaan herstelt. Wanneer klachten langer dan drie maanden aanhouden, is er formeel sprake van chronische PTSS. Maar ook met behandeling herstelt niet iedereen volledig. Sommige mensen blijven klachten houden ondanks gerichte psychologische zorg; bij anderen wisselen de klachten en kunnen zij na een periode van verbetering opnieuw opvlammen, bijvoorbeeld bij een nieuwe stressvol levensgebeurtenis.

De wachttijden. Behandeling is bovendien niet zomaar beschikbaar. De Treeknorm voor de GGZ bedraagt maximaal 14 weken in totaal: vier weken voor een eerste intake en tien weken tot de start van de behandeling. In de praktijk worden deze normen in het overgrote deel van de regio’s structureel overschreden. Volgens NZa-cijfers van oktober 2024 wachtten ruim 100.000 mensen op GGZ-zorg, van wie meer dan 62.000 langer dan de Treeknorm en dit zijn voor een groot deel mensen met ernstige en complexe aandoeningen, waaronder trauma- en stressgerelateerde stoornissen.

Gespecialiseerde traumabehandeling: de zorg die bij PTSS doorgaans nodig is, kent bovendien langere wachttijden dan de basisGGZ. Sommige instellingen noteren wachttijden van zes maanden tot meer dan een jaar. Trauma- en PTSS-behandeling scoort daarin consistent als een categorie met bovengemiddeld lange wachttijden.

Voor de letselschadepraktijk betekent dit het volgende: de stelling dat iemand met adequate behandeling snel zal herstellen, houdt geen rekening met de daadwerkelijke toegang tot die behandeling. Wanneer iemand na het ongeval bij de huisarts staat, vervolgens wacht op een intake in de GGZ en daarna op de start van een behandeltraject, kunnen er gemakkelijk twee jaar of meer verstrijken vóórdat behandeling goed op gang is. In die periode zijn de beperkingen reëel en aantoonbaar.

De redenering „klachten zijn tijdelijk en met behandeling te verhelpen“ gaat bovendien voorbij aan het feit dat ook ín behandeling niet altijd volledig herstel wordt bereikt. De richtlijn beschrijft dat bij onvoldoende effect van een eerste behandeling naar een alternatieve aanpak moet worden overgestapt. Complexe PTSS vereist veelal langduriger en intensiever zorg dan enkelvoudige PTSS. Dit onderscheid wordt in medische adviezen van wederpartij zelden gemaakt.

Waarom erkenning in letselschadezaken lastig blijft

PTSS krijgt binnen letselschadezaken vaak moeilijker erkenning dan lichamelijk letsel. Dat heeft meerdere redenen.

De eerste reden is zichtbaarheid. Een botbreuk is zichtbaar op beeldvorming. PTSS niet. De tweede reden is dat klachten als vermoeidheid, concentratieverlies, prikkelbaarheid en vermijding ook bij andere aandoeningen kunnen voorkomen. De derde reden is dat psychische klachten sneller worden gekoppeld aan persoonlijkheid, coping of pre-existente kwetsbaarheid.

Die factoren mogen worden onderzocht. Maar zij mogen niet automatisch worden gebruikt om psychisch letsel te bagatelliseren.

Voor eerlijke erkenning is nodig dat het dossier antwoord geeft op praktische vragen. Hoe functioneerde betrokkene vóór het ongeval? Welke klachten ontstonden daarna? Zijn die klachten consistent beschreven? Is sprake van passende diagnostiek? Welke behandeling is gevolgd of geprobeerd? Wat lukt niet meer in werk, gezin, verkeer, sociaal functioneren en dagelijks leven? En als behandeling nog niet is gestart of afgerond, om welke reden is dat en wanneer is dat realistisch te verwachten?

Juist die concrete vertaalslag van diagnose naar functioneren, en van behandelverloop naar prognose, maakt PTSS juridisch beter hanteerbaar.

Wat gebeurt er bij een psychiatrische expertise?

Wanneer partijen discussie hebben over PTSS, kan een psychiatrische expertise worden overwogen. De psychiater beoordeelt dan niet alleen of de DSM-classificatie PTSS passend is, maar ook of het klachtenbeeld logisch samenhangt met het ongeval, of er andere verklaringen zijn en welke beperkingen daaruit voortvloeien.

Een goede psychiatrische expertise kijkt daarom naar meer dan de diagnose alleen. Van belang zijn het traumamechanisme, het tijdsbeloop, eerdere psychische klachten, behandeling, medicatie, consistentie van klachten en het concrete functioneren. Ook de vraag of behandeling beschikbaar was en zo ja, waarom die wel of niet is gestart, hoort daarin thuis.

Als sprake is van blijvende beperkingen kan ook de vraag naar blijvende invaliditeit aan de orde komen. Daarbij worden in letselschadezaken geregeld de AMA Guides gebruikt. Voor psychiatrisch letsel bestaat in Nederland echter geen officiële NVvP-richtlijn die precies voorschrijft hoe psychiaters de AMA Guides moeten interpreteren. Dat maakt de motivering van de deskundige extra belangrijk. Niet het percentage alleen is dan doorslaggevend, maar vooral de uitleg waarom de klachten leiden tot bepaalde beperkingen.

Conclusie

PTSS is een erkende psychiatrische aandoening die na een ingrijpende gebeurtenis kan ontstaan en diep kan ingrijpen in dagelijks functioneren. De beperkingen zijn reëel, ook wanneer zij niet zichtbaar zijn op een scan.

Voor de letselschadepraktijk is het onderscheid tussen traumaklachten, een vermoeden van PTSS en een formele DSM-classificatie essentieel. Een huisarts of andere behandelaar kan klachten signaleren en verwijzen, maar een formele diagnose vraagt zorgvuldige GGZ-diagnostiek. EMDR kan een passende behandeling zijn, maar vormt op zichzelf geen bewijs dat PTSS formeel is vastgesteld.

Wanneer een medisch adviseur van wederpartij PTSS afdoet als een tijdelijke aandoening die met gerichte behandeling snel is te verhelpen, vraagt dat om kritische lezing. Het chronische beloop van onbehandelde PTSS, de beperkte herstelbaarheid bij een deel van de patiënten en de structurele wachttijden in de gespecialiseerde GGZ zijn geen uitzonderingen, het zijn vastgestelde kenmerken van de huidige zorgpraktijk. Een zorgvuldig medisch advies houdt daarmee rekening.

Eerlijke erkenning van PTSS in letselschadezaken vraagt daarom geen ruimhartig gebruik van labels, maar goede diagnostiek, consistente verslaglegging, een realistische inschatting van behandelverloop en een duidelijke beschrijving van de gevolgen voor het dagelijks functioneren.

Meer artikelen

Blijf op de hoogte van onze ontwikkelingen in medische aansprakelijkheid en letselschade.
Bekijk
Medische expertise
5
min leestijd
Medisch advies bij letselschade
Medisch advies; wat betekent dat voor jou als slachtoffer?
Medische expertise
6
min leestijd
Medische eindtoestand bij Lisfranc-letsel: wanneer is die bereikt?

Heeft u vragen over onze diensten of wilt u een vrijblijvende offerte?

Neem gerust contact op voor een persoonlijk gesprek.
Maak een afspraak